Een omslag voor een mapje, tekenmap of boek bestaat uit:

  • een voorplat (kartonnen rechthoek)
  • een achterplat (kartonnen rechthoek)
  • een rug (kartonnen strookje)

Waarom een mal?

Als je de rug plaatst tussen de twee kartonnen platten moet er aan weerszijden wat 'draairuimte' zijn. Door gebruik te maken van een mal - een kartonnen inlegstrook ter breedte van de bandrug plus extra kneepruimte zorg je ervoor, dat die extra ruimte mooi verdeeld wordt. Deze malstrook wordt tijdens het maken van de omslag tijdelijk tussen de platten gelegd en later vervangen door de rugstrook, zodat je de juiste tussenruimte krijgt.
Maak je meerdere mappen met dezelfde afmetingen, dan kun je deze rugmal vaker gebruiken.

Hoe bepaal je de breedte van dit malstrookje?

stap 1

A

Bepaal de inhoud: neem gewoon een stapeltje A4-tjes naar wens en meet de dikte. Deze maat is de voorlopige breedte van de rugstrook.
Je legt nu voor- en achterplat en de rugstrook strak naast elkaar.

B

Afgezien van het onmogelijk kunnen sluiten van deze map (als je de platten en rug met stof had bekleed) zie je ook dat de rug te smal is.

stap 2

A

Eerst moet de rugbreedte dus worden vergroot.

Je vergroot de rugbreedte met 1 borddikte (dit is de dikte van het karton).
De rugbreedte is nu:
inhoud + 1 BD (borddikte)

B

Als je de platten en rug nu zou bekleden kan je ze echter nog steeds niet bewegen.

stap 3

Wil je de platten kunnen omslaan, dan moet er dus extra ruimte komen tussen rug en platten.

Je neemt hiervoor standaard 4x de stofdikte: 2x stofdikte links van de rugstrook en 2x stofdikte rechts van de rugstrook.

Een enkele stoflaag is vaak te dun om te meten. Leg dus 4 laagjes stof op elkaar, bijv. tussen twee kartonnetjes en meet dan de dikte.

De breedte van de malstrook wordt dus:
inhoud + 1 BD + 4x stofdikte.

De breedte van de rug is dus:
inhoud + 1 BD

stap 4

Schematische weergave als de map wordt gesloten. Nu genoeg kneepruimte.